De grote verdrukking

De grote verdrukking is een toekomstige situatie die waarschijnlijk niet veraf meer is en waarbij onze wereld geconfronteerd wordt met ernstig verstorende gebeurtenissen op wereldschaal. Te denken valt aan een plotselinge escalatie van oorlogen, sociale onlusten, hongersnoden en grote wereldschokkende gebeurtenissen die nooit eerder in de menselijke geschiedenis zijn voorgekomen. De apostelen hebben hierover in hun verslagen geschreven. Aan het einde van die verdrukking zal het politieke systeem oorlog voeren tegen getrouwe christenen die niet willen buigen voor de tot godheid verheven staat. De vervolging die dit met zich brengt zal 3,5 jaar beslaan en komt met rasse schreden naderbij. Hierna zal het politieke systeem - en allen die het ondersteunen - tijdens de Oorlog van de Grote Dag van God de Almachtige worden vernietigd. (Daniel 7:23-29; Openbaring 6; Openbaring 11:7-10; Openbaring 12:13-17; Openbaring 13:5-18).

De verdrukking van Jeruzalem in relatie tot de grote verdrukking van de heiligen

De vraag wanneer dit zou plaatsvinden hield de apostelen van Jezus bezig. Zittend op de Olijfberg in Jeruzalem en van een afstand kijkend naar de prachtige tempel aldaar, zei Jezus het volgende:

“Zien jullie dit allemaal? Ik verzeker jullie: Er zal hier niet één steen op de andere blijven. Alles zal worden afgebroken.” (Mattheus 24:2).

Dit horend stelden de apostelen hem daarom de volgende (tweeledige) vraag:

“‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren? En wat zal het teken zijn van je aanwezigheid en van het einde van het tijdperk?’” (Mattheus 24:3).

Het antwoord dat Jezus gaf is eveneens tweeledig maar is door hem zodanig verpakt dat het belangrijk is te analyseren op welk tijdperk het betrekking heeft. Het antwoord op de eerste vraag heeft betrekking op de situatie in Jeruzalem met haar tempel. Hierover zei Jezus het volgende:

“Wanneer jullie daarom het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, waarover de profeet Daniël sprak, in een heilige plaats zien staan (lezer, gebruik inzicht), dan moeten degenen die in Judea zijn naar de bergen vluchten. Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om spullen uit zijn huis te halen, en wie op het veld is, moet niet teruggaan om zijn bovenkleed op te halen. Wee de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Blijf bidden dat jullie niet in de winter of op de sabbat hoeven te vluchten.” (Mattheus 24: 17-20).

In het parallelle verslag van de apostel Lukas is het zo weergegeven:

“Maar wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad dichtbij is. Dan moeten degenen die in Judea zijn, naar de bergen vluchten, en degenen die in de stad zijn, moeten vertrekken. En wie op het land is, moet niet de stad in gaan, want dit zijn dagen waarin het oordeel wordt voltrokken zodat alles wat geschreven staat, zal worden vervuld. Wee de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal veel ellende over het land komen en dit volk zal zwaar gestraft worden. Ze zullen door het zwaard omkomen of als gevangenen naar alle volken worden weggevoerd.” (Lukas 21:20-24).

De val en vernietiging van Jeruzalem vond plaats in het jaar 70 door de Romeinse legers onder aanvoering van generaal Titus. De christenen die aandacht hadden besteed aan Jezus' woorden, vluchtten naar de bergen van Judea toen zij deze omsingeling waarnamen. Zij ontsnapten daarmee dus aan de verdrukking en daarom is dit niet de 'grote verdrukking'.

Het tweede deel van Jezus’ antwoord heeft betrekking op de grote verdrukking die over het Lichaam van de Gezalfde zal worden gebracht. Hierover zei hij het volgende:

“Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er vanaf het begin van de wereld tot nu toe niet is voorgekomen en ook nooit meer zal voorkomen. Als die tijd niet zou worden verkort, zou niemand worden gered. Maar ter wille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort.” (Mattheus 24:21, 22).

Het paralelle verslag in Daniël luidt:

"In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst die staat ten behoeve van jouw volk. Er zal een moeilijke tijd aanbreken zoals er niet is geweest sinds er een volk is ontstaan tot die tijd. In die tijd zal jouw volk ontkomen, iedereen die geschreven blijkt te staan in het boek." (Daniel 12:1,2).

Deze situatie waar Michaël optreedt, vinden we ook terug in Openbaring 12.

Jezus vervolgt verder:

“Onmiddellijk na de verdrukking van die periode zal de zon worden verduisterd en zal de maan geen licht meer geven. De sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse krachten zullen worden geschud. Dan zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel verschijnen en zullen alle volken op aarde zich van verdriet op de borst slaan. Ze zullen de Mensenzoon op de wolken van de hemel zien komen met kracht en grote majesteit. En hij zal zijn engelen onder luid trompetgeschal eropuit sturen om zijn uitverkorenen bijeen te brengen uit de vier windstreken, van het ene uiteinde van de hemel tot het andere.” (Mattheus 24:29-31).

In de brief aan de gemeente in Thessaloniki, herhaalt Paulus deze woorden als volgt:

“Het is namelijk rechtvaardig van God om degenen die jullie onderdrukken te straffen met onderdrukking. Maar jullie die onderdrukt worden, zullen samen met ons verlichting krijgen bij de openbaring van de Heer Jezus. Dan verschijnt hij vanuit de hemel met zijn krachtige engelen in een vlammend vuur en neemt hij wraak op hen die God niet kennen en hen die het goede nieuws over onze Heer Jezus niet gehoorzamen. Zij zullen de gerechtelijke straf van eeuwige vernietiging ondergaan, ver van de Heer en van zijn geweldige kracht. Dat zal gebeuren op de dag dat hij komt om geëerd te worden in verband met zijn heiligen en om bewonderd te worden door iedereen die geloof heeft getoond, en jullie hebben het getuigenis dat we hebben gegeven, in geloof aanvaard.” (2 Thessalonicenzen 1:6-10).

In de Openbaring komen we soortgelijke terminologie tegen die Jezus eerder in Mattheus 24:29-31 gebruikte:

“En ik keek toen hij het zesde zegel opende, en er vond een grote aardbeving plaats. De zon werd zwart als een haren zak, de hele maan werd als bloed en de sterren van de hemel vielen naar de aarde zoals onrijpe vijgen die door een stormwind van een vijgenboom worden geschud. De hemel verdween als een boekrol die wordt opgerold en alle bergen en eilanden werden van hun plaats verwijderd. De koningen van de aarde, de hoge ambtenaren, de legerofficieren, de rijken, de sterken, alle slaven en alle vrije mensen verborgen zich toen in de grotten en tussen de rotsen van de bergen. En ze zeggen steeds tegen de bergen en de rotsen: ‘Val op ons en verberg ons voor de ogen van hem die op de troon zit en voor de woede van het Lam! Want de grote dag van hun woede is gekomen en wie kan dan staande blijven?’” (Openbaring 6:12-17).

De christenen over wie de grote verdrukking zal komen en die in de Openbaring worden gesymboliseerd als de 144.000, zullen uiteindelijk gered worden en uit de grote verdrukking komen:

“Toen vroeg een van de oudsten mij: ‘Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen ze vandaan?’ Onmiddellijk zei ik tegen hem: ‘Mijn heer, u weet het.’ Daarop zei hij: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verdrukking komen. Ze hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom staan ze voor de troon van God en doen ze dag en nacht heilige dienst voor hem in zijn tempel. Hij die op de troon zit, zal zijn tent over hen uitspreiden. Ze zullen geen honger of dorst meer hebben, de zon zal niet op hen branden en geen verschroeiende hitte zal hen treffen. Want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen hoeden en hen leiden naar bronnen met levengevend water. En God zal elke traan uit hun ogen wegwissen.’” (Openbaring 7:13-17).

Duur van de grote verdrukking

Zoals aan het begin van dit onderwerp al werd aangestipt, bedraagt de duur van de grote verdrukking en vervolging van de heiligen 3,5 jaar.

In Daniel hoofdstuk 7, Openbaring 11, 12 en 13 wordt de duur ervan vastgesteld. In Daniel 7:25 vinden het volgende:

“Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste en hij zal de heiligen van het Opperwezen voortdurend bestoken. Hij zal eropuit zijn tijden en wet te veranderen, en ze zullen in zijn handen worden gegeven voor een tijd (עד־עדן), tijden (ועדנין) en een halve tijd (ופלג עדן).” (Daniel 7:25).

De periode ‘tijd, tijden en een halve tijd’ ofwel ‘drieënhalve tijd’ correspondeert met Openbaring 11:3, 4 waar we lezen:

"…’en ze zullen de heilige stad 42 maanden lang vertrappen. Ik zal mijn twee getuigen 1260 dagen in zakken gekleed laten profeteren.’ Zij worden afgebeeld door de twee olijfbomen en de twee lampenstandaarden en ze staan voor de Heer van de aarde.” (Openbaring 11:3, 4).

In Openbaring 12:5-17 vinden we dezelfde soortgelijke periode terug:

"De vrouw vluchtte naar de woestijn, waar God voor haar een plaats had klaargemaakt en waar ze 1260 dagen gevoed zou worden (Openbaring 12:6) [...] Daar moet ze gedurende een tijd en tijden en een halve tijd gevoed worden, uit het gezicht van de slang." (Openbaring 12:14).

En in Openbaring 13:5-18:

"Ook aanbaden ze het wilde beest met de woorden: ‘Wie is als het wilde beest? Wie kan het tegen hem opnemen?’ Hij kreeg een mond die grote dingen en godslasteringen sprak en hij kreeg autoriteit om 42 maanden lang te handelen. Hij opende zijn mond met lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn woonplaats, degenen die in de hemel wonen. Het werd hem toegestaan om oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen." (Openbaring 13:4-7).

Zowel 42 maanden als 1260 dagen zijn 3,5 jaar, gerekend naar de Hebreeuwse kalenderindeling van 360 dagen per jaar. De vervolging die door het wilde beest over de heiligen wordt gebracht, bedraagt dus drieënhalf jaar. Gedurende die periode profeteren zij in zakken gehuld.

Conclusie

We zien dus dat de verdrukking die Jeruzalem onderging - hoewel zonder weerga - niet de grote verdrukking is die over de heiligen, ofwel het Lichaam van de Gezalfde, zal worden gebracht.

Terug naar boven 

 Wanneer wordt Satan uit de hemel geworpen

Dit moment ligt nog in de toekomst maar vindt plaats direct voordat onze vervolging van 3,5 jaar begint. De bewijzen hiervoor beschrijven we in dit onderdeel.

De Openbaring beschrijft een gebeurtenis die zowel voor de wereld als geheel maar in het bijzonder voor de gezalfden van alles overtreffend belang is. Het volgende scenario zal voor onze ogen niet direct zichtbaar zijn omdat ze zich voltrekken in de hemel:

"De zevende engel blies op zijn trompet. Er klonken luide stemmen in de hemel die zeiden: ‘Het koninkrijk van de wereld is het Koninkrijk van onze Heer en van zijn Gezalfde geworden, en hij zal voor altijd en eeuwig als koning regeren.’" (Openbaring 11:15).

Even tevoren zegt de Openbaring het volgende:

"Het tweede wee is voorbij. Kijk! Het derde wee komt vlug." (Openbaring 12:14)

Wat deze 'derde wee' precies is zien we hier:

"Wee de aarde en de zee, want de Duivel is naar jullie neergedaald. Hij is woedend, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.’" (Openbaring 12:12)

We zien dus dat deze 'derde wee' direct verband houdt met het feit dat Satan zijn plaats in de hemel heeft moeten prijsgeven en dat derhalve de beschikbare tijd waarin hij actief kan zijn, kort geworden is. Als gevolg waarvan? Als gevolg van de beslissende strijd tussen de engel Michael en zijn engelen enerzijds en Satan en zijn engelen anderzijds:

"En er brak oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen vochten tegen de draak. De draak en zijn engelen vochten terug, maar ze werden verslagen, en er was voor hen geen plaats meer in de hemel. De grote draak werd daarom neergeworpen, de oorspronkelijke slang, degene die Duivel en Satan wordt genoemd, die de hele bewoonde aarde misleidt. Hij werd neergeworpen naar de aarde en zijn engelen werden samen met hem neergeworpen." (Openbaring 12:7-9).

"...en er was voor hen geen plaats meer in de hemel."(Openbaring 12:8).

Zijn woede houdt dus direct verband met het verlies van deze strijd, zijn plaats in de hemel en de beschikbare tijd die hij heeft om kwaad te doen waarbij een 'grote verdrukking' wordt losgelaten op de mensheid met als climax, zijn strijd tegen de slaven van Jehovah God. Tevens betekent dit voor de bewoners van de aarde een 'wee', niet omdat God medelijden met hen heeft, maar omdat zij nu een keuze moeten maken tussen de aanbidding van God of de aanbidding van Satan. Een verkeerde keuze zal leiden tot een 'wee' met voor hen desastreuze gevolgen.

Het resultaat van deze oorlog leidt direct naar de volgende gebeurtenis:

"‘Nu zijn de redding en de kracht en het Koninkrijk van onze God en de autoriteit van zijn Gezalfde werkelijkheid geworden, want de beschuldiger van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God beschuldigt, is neergeworpen!’" (Openbaring 12:10).

Nu Gods Koninkrijk is geïnstalleerd en invloed gaat uitoefenen en de beschikbare tijd van Satan kort is geworden, heeft hij nog maar één keuze: oorlog voeren tegen de volgelingen van het Lam die Gods geboden onderhouden en getuigen van Jezus:

"Toen de draak zag dat hij neergeworpen was naar de aarde, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke kind had gebaard. Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote arend, zodat ze naar haar plaats in de woestijn kon vliegen. Daar moet ze gedurende een tijd en tijden en een halve tijd (1260 dagen, 3,5 jaar of 42 maanden) gevoed worden, uit het gezicht van de slang. De slang spuwde uit zijn bek een rivier van water achter de vrouw aan om haar in de rivier te laten verdrinken. Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en slokte de rivier op die de draak had uitgespuwd. De draak werd woedend op de vrouw en ging weg om oorlog te voeren tegen de overgeblevenen van haar nageslacht, die zich aan de geboden van God houden en de taak hebben over Jezus te getuigen." (Openbaring 12:13-17).

We zien dus dat zodra Satan zijn plaats in de hemel is kwijtgeraakt, Gods Koninkrijk is geïnstalleerd en in werking is getreden, de vervolging van de gezalfden zal plaatsvinden gedurende de tijd die daarvoor is bestemd: 3,5 jaar. Als we terug redeneren is het moment dat die vervolging begint dus het teken dat Satan uit de hemel is geworpen.

Terug naar boven 

 De 'tijden der heidenen'

"En Jeruzalem zal door de heidenen worden vertrapt totdat de vastgestelde tijd van de heidenen voorbij is." (Lukas 21:24b).

Korte analyse

Theorieën zijn bedacht en boeken zijn er over volgeschreven. Bovenstaande tekst komt uit het verslag van de apostel Lukas. Hij is de enige van de overige apostelen Mattheus en Markus die Jezus hier citeert die deze gebeurtenis specifiek benoemt.

In de Openbaring die door Jezus aan een andere apostel, Johannes, werd gegeven, spreekt Jezus eveneens van een dergelijke gebeurtenis. Laten we kijken wat daar staat:

"Er werd mij een rietstengel gegeven die op een staf leek, terwijl hij zei: ‘Sta op en meet het tempelheiligdom van God en het altaar en degenen die hem daarin aanbidden. Maar sla het voorhof buiten het tempelheiligdom over en meet dat niet, want het is aan de heidenen gegeven, en ze zullen de heilige stad 42 maanden lang vertrappen." (Openbaring 11:1, 2).

Het Griekse woord dat volgens Strong's Concordance in deze beide schriftgedeelten met 'vertrappen' is vertaald, is het woord 'πατέω'. Strong geeft de volgende interpretaties:

- 'vertrappen, verpletteren met de voeten';
- 'vooruitgaan door voet op te zetten, te betreden';
- 'onder de voeten treden, vertrappen, i. e. behandelen met belediging en minachting'.

Het Griekse woord dat volgens Strong's Concordance in Lukas 21:24b is gebruikt en vertaald is met 'bestemde tijd', is het woord 'καιρός'. Strong geeft hier de volgende toepassingen:

- 'een vaste en bepaalde tijd';
- 'geschikte of seizoensgebonden tijd',
- 'de juiste tijd';
- 'een (beperkte) periode'.

We zien in het laatste geval dus dat we te maken hebben met een vastgestelde, afgemeten, korte periode en het suggereert niet echt dat hier sprake is van 2500 jaar of langer. In dat geval zouden we eerder spreken van een 'αἰών' of 'tijdperk' dat een veel langere periode beslaat.

Naar we kunnen aannemen schreef Lukas zijn verslag in de periode 56-58 n.Chr. in de plaats Cesarea. De Openbaring dateert van het laatste decennium van de eerste eeuw (ca. 94-96 n.Chr.), dus lange tijd nadat Lukas zijn verslag schreef. Lukas was daarom destijds nog niet bekend met het explosieve geschrift dat Openbaring heet en kende de betreffende passage uit de Openbaring niet.

De stad Jeruzalem en haar fysieke tempel

Het tempelheiligdom bevond zich in Jeruzalem tot zijn vernietiging in het jaar 70 A.D. Tot dat moment was het Gods heilige stad. Het lijkt dus alsof Jezus volgens het verslag van Lukas, refereert aan de fysieke stad Jeruzalem. Maar is dat wel echt zo? Of sprak Jezus over de 'stad die echte fundamenten' heeft en 'waar God de ontwerper en bouwer' van is (Hebreeën 11:10) en waar alle profeten naar uitzagen, het 'Nieuwe Jeruzalem'?

De fysieke stad Jeruzalem is nooit de hoofdstad van Israël geweest; het was de hoofdstad van Juda. De hoofdstad van Israël was Samaria. Velen refereren aan het zogenaamde herstel van de staat Israël in 1948 als de vervulling van bijbelse profetieën waarin de bezetting door Israël van Jeruzalem als hoofdstad van cruciaal belang is. Maar dit is feitelijk onjuist en berust op een groot gebrek aan kennis van de heilige geschriften.

Het einde van de aanbidding in de fysieke tempel van de stad Jeruzalem

Toen Jezus bij een waterbron in gesprek raakte met een Samaritaanse vrouw die daar water kwam putten, zei deze vrouw 'dat in Jeruzalem de plek is waar hij (God) aanbeden moet worden.’ Het antwoord dat Jezus gaf duidde erop dat de fysieke tempel in Jeruzalem na verloop van tijd niet meer de plaats zou zijn van de Grote Koning:

"‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie de Vader niet op deze berg en ook niet in Jeruzalem zullen aanbidden. Jullie aanbidden wat jullie niet kennen. Wij aanbidden wat we kennen, want redding begint bij de Joden. Maar er komt een tijd, en die is er al, dat de ware aanbidders de Vader met geest en waarheid zullen aanbidden, want de Vader zoekt mensen die hem zo willen aanbidden. God is een Geest, en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden.’" (Johannes 4:21-24).

Jezus en de geestelijke 'tempel van zijn lichaam'

Bij een andere - beroemde - gelegenheid zag Jezus in de tempel verkopers van runderen, schapen en duiven, en de geldwisselaars die daar financieel baat bij hadden. We lezen daar het volgende:

"Hij maakte een zweep van touwen en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij gooide de munten van de geldwisselaars op de grond en keerde hun tafels om. Tegen de duivenverkopers zei hij: ‘Haal dat hier weg! Maak van het huis van mijn Vader geen markt!’ Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven staat: ‘De ijver voor uw huis zal mij verteren.’ Als reactie daarop zeiden de Joden tegen hem: ‘Welk teken kunt u ons laten zien als bewijs dat u het recht hebt deze dingen te doen?’ Jezus antwoordde: ‘Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem weer opbouwen.’ ‘Het heeft 46 jaar gekost om deze tempel te bouwen,’ zeiden de Joden, ‘en u gaat hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar hij had het over de tempel van zijn lichaam." (Johannes 2:15-21).

Paulus gaf in zijn brief aan de gemeente in Efeze een zelfde duidelijke beschrijving van deze geestelijke tempel:

"Jullie zijn dus geen vreemdelingen en buitenlanders meer maar medeburgers van de heiligen en leden van het huisgezin van God. Jullie zijn gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus de gezalfde zelf de fundament-hoeksteen is. Het hele gebouw, harmonieus samengevoegd, groeit in eendracht met hem uit tot een heilige tempel voor Jehovah. In eendracht met hem worden ook jullie samen opgebouwd tot een plaats waarin God door geest woont." (Efeziërs 2:19-22).

"Weten jullie niet dat jullie zelf Gods tempel zijn en dat de geest van God in jullie woont? Als iemand de tempel van God vernietigt, zal God hem vernietigen. Want de tempel van God is heilig, en jullie zijn die tempel." (1 Korinthiërs 3:16, 17).

De vertreding en de verhoging van de geestelijke 'tempel van zijn lichaam'

De profeet Daniël beschreef zo'n 2500 jaar geleden al de strijd tegen de heiligen, de geestelijke 'tempel van Jezus lichaam'. We lezen daar het volgende:

"Dit zei hij: “Het vierde beest betekent een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen. Het zal verschillen van alle andere koninkrijken en het zal de hele aarde verslinden, vertrappen en verbrijzelen. De tien hoorns zijn tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan. Na hen zal er nog een ander opstaan, die zal verschillen van de eersten, en hij zal drie koningen vernederen. Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste en hij zal de heiligen van het Opperwezen voortdurend bestoken. Hij zal eropuit zijn tijden en wet te veranderen, en ze zullen in zijn handen worden gegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. Maar het Gerechtshof hield zitting en ontnam hem zijn heerschappij, en hij werd verdelgd en volledig vernietigd.” (Daniel 7:23-26).

In het gedeelte van Openbaring 11:1 en 2 komen we deze periode van 'een tijd, tijden en een halve tijd' tegen in de vorm van 42 maanden (3,5 jaar of 1260 dagen) waarin de heilige stad door de heidenen wordt vertrapt. Deze periode herkennen we. Een periode wijst vooruit naar de nabije toekomst waarin de heiligen zware verdrukking zullen ondergaan van de zijde van Satan, zijn heidense wereld en zijn politieke systeem en die we moeten typeren als 'de tijden der heidenen'. Zie hiervoor de uitleg in het onderdeel 'Wanneer wordt Satan uit de hemel geworpen'.

Tot Gods ingrijpen zal die 'heilige stad' vertrapt worden gedurende 3,5 jaar. Maar die 'heilige stad', het 'Nieuwe Jeruzalem' heeft zich dan gereed gemaakt om met haar bruidegom het 'huwelijk' aan te gaan:

"Hij zei tegen me: ‘Schrijf op: gelukkig zijn degenen die zijn uitgenodigd voor het feestmaal van de bruiloft van het Lam.’" (Openbaring 19:9).

"Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, bij God vandaan uit de hemel neerdalen, klaar als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. (Openbaring 21:2).

"Eén van de zeven engelen met de zeven schalen die vol waren met de zeven laatste plagen, kwam en zei tegen me: ‘Kom, ik zal je de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien.’ Hij bracht me in de kracht van de geest naar een grote, hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die bij God vandaan uit de hemel neerdaalde. (Openbaring 21:9, 10).

"Ze (de bruid) mag zich kleden in glanzend, zuiver, fijn linnen — want het fijne linnen staat voor de rechtvaardige daden van de heiligen.’"(Openbaring 19:8).

Duidelijker dan dit kunnen we het niet krijgen.

Terug naar boven 

 De kracht van illustraties

Illustraties zijn een krachtig middel om de heilige geheimen van het koninkrijk duidelijk te maken:

"Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten. Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond. Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties [...] Jezus vertelde mensen al die dingen door middel van illustraties. Hij vertelde hun niets zonder illustraties, zodat vervuld zou worden wat via de profeet was gezegd: ‘Ik zal mijn mond openen met illustraties, ik zal dingen verkondigen die vanaf de grondlegging verborgen zijn geweest.’" (Mattheus 13:1-3; Mattheus 13:34, 35; Psalm 78:2).

Tevens vormen ze een middel om de zonen van het koninkrijk uit te ziften:

"Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten. Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond. Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties." (Mattheus 13:1-3).

"De discipelen kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Waarom gebruik je illustraties als je hen toespreekt?’ Hij antwoordde: ‘Jullie hebben het voorrecht de heilige geheimen van het Koninkrijk van de hemel te begrijpen, maar zij niet. Want wie heeft, zal meer krijgen en zelfs overvloed hebben. Maar van wie niets heeft, zal zelfs wat hij heeft worden afgenomen.'" (Mattheus 13:10-12).

"Daarop zei hij: ‘Ga en zeg tegen dit volk: “Jullie zullen steeds weer horen maar niet begrijpen. Jullie zullen steeds weer zien maar geen kennis krijgen.” Maak het hart van dit volk ongevoelig, stop hun oren toe en smeer hun ogen dicht, zodat ze niet met hun ogen zien en niet met hun oren horen, zodat hun hart niet begrijpt en ze niet terugkeren en genezen worden.’" (Jesaja 6:9, 10).

"Bovendien roept Jesaja over Israël uit: ‘Al zou het aantal Israëlieten als het zand aan de zee zijn, alleen het overblijfsel zal worden gered.'" (Romeinen 9:27).

Deze zifting gebeurde op basis van hun geloof, niet vanwege het volgen van mensengeboden en allerlei religieuze rituelen en wetten:

"...dat Israël, dat een wet van rechtvaardigheid nastreefde, die wet niet heeft bereikt. Om welke reden? Omdat ze dachten dat te kunnen bereiken door werken, niet door geloof. Ze zijn gestruikeld over de ‘steen waarover men struikelt’, zoals er staat geschreven: ‘Kijk! Ik leg in Sion een steen waarover men struikelt en een rotsblok waarover men valt, maar wie zijn geloof erop bouwt, zal niet worden teleurgesteld." (Romeinen 9:30-33).

Dit is een krachtige waarschuwing voor ons:

"Wat hun allemaal overkwam was een voorbeeld en is opgeschreven als een waarschuwing voor ons, op wie het einde van de tijdperken af komt." (1 Korinthiërs 10:11).

Terug naar boven 

 Gods koninkrijk

Het koninkrijk van God is het instrument waarvan Jehovah zich bedient om zijn liefde en zijn soevereiniteit ten opzichte van zijn schepselen tot uitdrukking te brengen en om een einde te maken aan menselijke tirannie. Deze term wordt vooral gebruikt als aanduiding voor de manifestatie van Gods soevereiniteit door middel van de koninklijke regering in handen van zijn Zoon Jezus de gezalfde. Het „koninkrijk” kan betrekking hebben op de heerschappij van degene die als Koning is gezalfd of op het aardse domein waarover die koninklijke regering heerschappij uitoefent.

Een werkelijke regering

"In de dagen van die koningen zal de God van de hemel een koninkrijk oprichten dat nooit vernietigd zal worden. En dat koninkrijk zal nooit aan een ander volk worden overgedragen. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken. Als enige zal het eeuwig blijven bestaan," (Daniel 2:44);

"Het koninkrijk, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel werden aan het volk van de heiligen van het Opperwezen gegeven. Hun koninkrijk is een eeuwig koninkrijk en alle regeringen zullen hen dienen en gehoorzamen.” (Daniel 7:27);

"Hij (Jezus) zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal voor eeuwig als Koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn Koninkrijk zal geen eind komen.’" (Lukas 1:32, 33);

"‘Het koninkrijk van de wereld is het Koninkrijk van onze Heer en van zijn Gezalfde geworden, en hij zal voor altijd en eeuwig als koning regeren.’" (Openbaring 11:15);

"‘Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Jehovah God, Almachtige. Rechtvaardig en betrouwbaar zijn uw wegen, Koning van de eeuwigheid.'" (Openbaring 15:3);

"En ik zag tronen, en degenen die erop zaten kregen autoriteit om te oordelen. Ik zag de zielen van hen die terechtgesteld waren omdat ze getuigenis hadden gegeven van Jezus en hadden gesproken over God, en van hen die het wilde beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en die niet het merkteken op hun voorhoofd of op hun hand hadden gekregen. Ze kwamen tot leven en regeerden als koningen met de Gezalfde, 1000 jaar lang." (Openbaring 20:4);

Eeuwige zegeningen voor de gehele mensheid

De bijbel staat vol zegeningen die onder het bestuur van de grote Koning Jezus de gezalfde, deel worden van het dagelijkse leven. Hieronder enkele van die zegeningen. Oorlogen zullen tot het verleden behoren. De menselijke geschiedenis is doortrokken van strijd. Onder Gods koninkrijk zullen oorlogen voorgoed tot het verleden behoren:

“Hij zal rechtspreken onder de naties en de zaken rechtzetten in verband met veel volken. Ze zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen natie zal het zwaard trekken tegen een andere natie, en oorlog zullen ze niet meer leren.” (Jesaja 2:4).

De distributie en de kwaliteit van voedsel staat onder grote druk. Onder Gods koninkrijk zal dit voorgoed tot het verleden behoren:

“Op deze berg zal Jehovah van de legermachten voor alle volken een feestmaal klaarmaken, een feestmaal met heerlijke gerechten, een feestmaal met uitgelezen wijn, met heerlijke gerechten rijk aan merg, met uitgelezen, zuivere wijn.” (Jeremia 25:6).

Vrede met- en bescherming door God zelf:

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de vroegere hemel en de vroegere aarde waren voorbijgegaan, en de zee is er niet meer. Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, bij God vandaan uit de hemel neerdalen, klaar als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Toen hoorde ik een luide stem vanaf de troon zeggen: ‘Kijk! De tent van God is bij de mensen en hij zal bij hen wonen. Ze zullen zijn volk zijn en God zelf zal bij hen zijn. Hij zal elke traan uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn. Er zal geen rouw, geen gehuil en geen pijn meer zijn. De dingen van vroeger zijn voorbij.’” (Openbaring 21:1-4).

"Er zal geen enkele vervloeking meer zijn. De troon van God en van het Lam zal in de stad staan. Zijn slaven zullen heilige dienst voor hem doen. Ze zullen zijn gezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofd staan. Ook zal er geen nacht meer zijn. Ze hebben geen licht nodig van lamp of zon, want Jehovah God zal hen verlichten. Ze zullen als koningen regeren voor altijd en eeuwig." (Openbaring 22:3-5).

Terug naar boven 

 Gog en Magog

De Openbaring beschrijft de situatie die ontstaat nadat de 1000 jaar zijn geëindigd en Satan uit zijn gevangenis is losgelaten.

“Zodra de 1000 jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden vrijgelaten. Hij zal eropuit gaan om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden om hen voor de oorlog te verzamelen. Hun aantal is als het zand van de zee. Ze rukten op over de hele aarde en omsingelden het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Maar er kwam vuur uit de hemel dat hen verteerde. En de Duivel, die hen misleidde, werd in het meer van vuur en zwavel gegooid, waar het wilde beest en de valse profeet al waren. Ze zullen dag en nacht gepijnigd worden, voor altijd en eeuwig.” (Openbaring 20:7-10).

Hieronder een puntsgewijze samenvatting van de gebeurtenissen die hierboven beschreven zijn:

 1. De 1000 jaar zijn geëindigd;
 2. Satan wordt uit zijn gevangenis losgelaten;
 3. Satan trekt erop uit om Gog en Magog (de talrijke volken) te misleiden;
 4. Satan verzamelt Gog en Magog tot oorlog;
 5. Gog en Magog rukken op over de hele aarde;
 6. Gog en Magog omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad;
 7. Er komt vuur uit de hemel dat Gog en Magog verteert (en vernietigt);
 8. Satan wordt vernietigd.

Dit zijn de stappen die zullen leiden tot de eeuwige ondergang van zowel de volkeren die zich tijdens de regering van de Gezalfde en zijn heiligen als opstandelingen hebben opgesteld als Satan. Hierna zullen alle dingen zijn hersteld.

Een analyse van Openbaring 20:7-9 en Ezechiël 38:1-22

Ezechiël 38 is te lang om hier te beschrijven, maar laten we een vergelijking maken met het parallelle gedeelte uit Openbaring 20:7-10:


Openbaring 20:7-9, Gog en Magog


Ezechiël 38:1-22, Gog van Magog

20:"7: "Zodra de 1000 jaar voorbij zijn zal Satan uit zijn gevangenis
worden vrijgelaten…"

20:7, 8: “…Hij zal eropuit gaan om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden om hen voor de oorlog te verzamelen. Hun aantal is als het zand van de zee….”




20:9a: “…en [zij] omsingelden het kamp van de heiligen en de
geliefde stad…”


20:9b: "…Maar er kwam vuur uit de hemel dat hen verteerde.”

38:8: "Na veel dagen zal er aandacht aan je worden besteed."


38:1: "'Mensenzoon, richt je blik op Gog van het land Magog... 38:3, 9: "Ik zal je omkeren, haken in je kakend slaan en je laten uittrekken met je hele leger — paarden en ruiters, allemaal in prachtige kleding en bewapend met het zwaard — een enorm leger met grote en kleine schilden…Je zult [tegen ze] optrekken als een storm, en je zult het land bedekken als wolken, jij en al je troepen en veel volken met je.'"

38:11: "Ik zal optrekken tegen degenen die onbezorgd en in veiligheid wonen, allemaal in nederzettingen die niet beschermd zijn door muren, grendels of poorten”

38:22 : "…Ik zal een stortregen, hagelstenen, vuur en zwavel laten neerkomen op hem, op zijn troepen en op de vele volken bij hem."

De parallel tussen beide verslagen

Zien we de parallel? Wat Ezechiël hier beschrijft is dezelfde reeks van gebeurtenissen die we tegenkomen in het gedeelte van Openbaring 20:7-10. Velen passen het verslag van Ezechiël helaas op de huidige tijd toe zonder goed te lezen en zonder goed de context te beschouwen, maar een vergelijking van beide verslagen dwingt tot een andere conclusie. Zij lezen er iets in dat er niet staat.

Het verslag van Ezechiël is passend voor de tijd waarin de profeet leefde en bevat dus de taal, beeldspraak en geografie van die tijd, maar de kern is - zoals de analyse laat zien - ontegenzeggelijk dezelfde als het gedeelte uit de Openbaring.

Ezechiël hoofdstuk 39 gaat dan gedetailleerder in op het voorgaande en is hier samengevat:
- Gog en troepen vernietigd (1-10)
- Begraven in Dal van Hamon-Gog (11-20)
- Herstel van Israël (21-29)
- Gods geest uitgestort op Israël (29)
- Herstel van Israël (21-29)
- Gods geest uitgestort op Israël (29)

Conclusie

Ezechiël en Johannes beschrijven dezelfde situatie.

Terug naar boven 

 Het tempelvisioen

Een analyse van Ezechiël 47 en 48 en Openbaring 21 en 22

Zowel Ezechiël 40 tot en met 48 en Openbaring 21 en 22 richten de aandacht op de tempel van God. Beide verslagen zijn parallel aan elkaar en ook hier is Ezechiëls beschrijving vele malen uitvoeriger en is de taal, beeldspraak en geografie passend voor de tijd waarin de profeet leefde, terwijl het verslag in de Openbaring korter is maar dezelfde boodschap bevat.


Afbeelding. Links een impressie van het tempelvisioen gezien door Ezechiël en rechts die van Johannes die hij optekende in de Openbaring.

De hoofdstukken 40 tot en met 46 beschrijven de algemene kenmerken van de tempel. Vanaf hoofdstuk 47 wordt het interessant. Daar vinden we duidelijke parallellen met Openbaring 21 en 22. Laten we – om dit inzichtelijk te maken – hiervan een analyse maken. Zoals gezegd, het visioen dat Ezechiël kreeg is veel en veel uitvoeriger dan het parallelle verslag in Openbaring.


Ezechiëls tempelvisioen


Johannes’ tempelvisioen

“Vervolgens bracht hij me terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterkant van de tempel, ten zuiden van het altaar...

..Overal waar het water stroomt, zal het wemelen van de levende wezens. Er zal vis in overvloed zijn omdat het water daar stroomt. Het zeewater zal gezond worden gemaakt, en waar de rivier komt zal alles leven...

..Er zullen vissers langs staan van En-Gedi helemaal tot aan En-Eglaïm, waar een droogplaats voor sleepnetten zal zijn. Er zullen veel vissen zijn, van vele soorten, zoals de vissen in de Grote Zee...

..Er zullen moerassen en poelen zijn, en die zullen niet gezond worden gemaakt. Ze zullen worden prijsgegeven aan het zout...

..Aan beide oevers van de rivier zullen allerlei bomen voor voedsel groeien. Hun bladeren zullen niet verwelken en hun vruchten zullen niet opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten dragen, want het water ervoor komt uit het heiligdom. Hun vruchten zullen tot voedsel dienen en hun bladeren tot genezing.’” (Ezechiël 47:1-12).

“Hij liet me een rivier van levengevend water zien, helder als kristal. Die stroomde vanuit de troon van God en van het Lam over het midden van haar hoofdstraat. Aan beide kanten van de rivier stonden levensbomen die 12 keer per jaar vrucht droegen — elke maand gaven ze hun vruchten. En de bladeren van de bomen waren voor de genezing van de volken.” (Openbaring 22:1, 2).

Conclusie

We kunnen dus met recht concluderen dat op basis van deze vergelijking, het tempelvisioen van Ezechiël hetzelfde is als het tempelvisioen uit de Openbaring.

Terug naar boven 

Wie is Jezus

Een pleidooi voor een terugkeer naar het geloof in Jezus, de Messias. Een korte studie als bijdrage tot een herstel van het bijbels geloof. Door Anthony F. Buzzard, MA (Oxon.), MA Th.
Bron: Restoration Fellowship

Met toestemming vertaald door Chr. Levi Zoutendijk. Correcties verzorgd door Joachim Kruyswijk.

Terug naar boven 

The Form of God: Philippians 2:5-11

Een studie door William M. Wachtel van Filippenzen 2:5-11 die aantoont dat Jezus geen deel uitmaakt van een drie-eenheid zoals die door vrijwel alle 'christelijke' denominaties wordt geleerd. (Engels).

Terug naar boven 

Colossians 1:15-20: Preexistence or Preeminence?

Een studie door William M. Wachtel van Kolossenzen 1:15-20 die aantoont dat Jezus geen voormenselijk bestaan had en dus geen deel kan uitmaken van de veronderstelde drie-eenheid zoals die door vrijwel alle 'christelijke' denominaties wordt geleerd. (Engels).

Terug naar boven 

Ancient Hebrew Research Center: Hebrew New Testament

Het onderwijzen van de juiste bijbelinterpretatie door de studie van het oude Hebreeuwse alfabet, de taal en de cultuur. Deze vertaling, het werk van Salkinson en C.D. Ginsburg, is gebaseerd op de standaard historische Griekse tekst van de Vroege Kerk. Dr. Salkinson begon met de vertaling, maar stierf in 1883. Voor zijn dood had hij de vertaling van het Nieuwe Testament voltooid, met uitzondering van het boek Handelingen. Het werk werd voortgezet en voltooid door Dr. C.D. Ginsburg, die het in 1886 in Wenen publiceerde.

Terug naar boven 

Bible Hub Online Parallel Bible

Bible Hub Online Parallelle en Interlineaire Bijbel, zoek- en studiehulpmiddelen, waaronder parallelle teksten en kruisverwijzingen.

Terug naar boven 

Watchtower ONLINE LIBRARY

De Watchtower ONLINE LIBRARY bevat een schat aan bijbelgerelateerde informatie.

Terug naar boven